DE VASTLOPER VAN KRAMER

De meeste crossliefhebbers kennen Laubuseschbach van de Duitse GP, en van de schnitzels in Gasthaus Jägershof. Maar die Jägershof was ook de plaats waar eigenaar Fritz Kramer zijn eigen crossmotoren en enduro’s bouwde. Eerst waren dat verbeterde Maico’s met cantilever-achtervering, later werden het complete eigen rijwielgedeeltes met steeds meer speciale onderdelen en aanpassingen. De Kramers werden zelfs zo goed dat Maico alleen nog maar 125 cc-blokken wilde leveren, maar met Rotax-blokken zette Kramer zijn complete lijn met crossmotoren en enduro’s voort. Ondanks de goede prestaties en rijeigenschappen liep het merk na een decennium echter toch uit op een vastloper…
Laubuseschbach is een klein dorp in de Duitse deelstaat Hessen met 1.500 inwoners, gelegen in de coulissen van het Taunus-middelgebergte. Je vindt er een blaaskapel, een motorzaak, een sportpark, een kerk én Gasthaus Jägershof, waar Fritz Kramer eigenaar van was. Maar hij was ook Maico-dealer: in de kelder stonden de Maico GS-enduro’s en MC-crossers tussen de vaten bier.
Fritz Kramer was echter een perfectionist, die eindeloos sleutelde om de Maico’s naar eigen inzicht te verbeteren. De motor waren goed, maar volgens hem kon het altijd beter. Ontstekingsdeksels en cilinderkoppen gingen eraf, de carburatie werd aangepast en voor de vering ontwierp hij in 1972 een eigen cantilever-systeem, dat hij op de markt bracht als ombouwset voor Maico’s.
Na het succes met die cantilever-ombouwset was de volgende stap snel bedacht: Kramer ontwierp en bouwde een compleet nieuw frame rond het Maico-motorblok. In de lente van 1976 was de testmotor klaar en nog hetzelfde jaar kwam de eerste serie van vijftien Kramers op de markt. Door de prestaties en de betrouwbaarheid werden de Kramers populair en in 1977 verkocht hij al 116 exemplaren; het jaar erna steeg de verkoop zelfs door naar 250 stuks. Hierdoor werd de kelderruimte van Jägershof in 1977 al snel te klein, dus de danszaal erboven moest eraan geloven. De echte metaalwerkzaamheden als lassen, draaien en frezen en buigen bleven met de daarvoor benodigde machines in de kelder, via een lift gingen die onderdelen naar boven, naar de voormalige danszaal.
De snelle Kramers maakten veel andere rijders zo nerveus dat Maico besloot alleen nog zijn minder succesvolle 125 cc-blokken aan Kramer te leveren en d eoplossing vond Fritz Kramer bij Rotax, dat in 1974 was gestart met een modern motorblok en daarmee in de crossmarkt onder meer Can-Am en SWM bediende. Kramer paste prima naast deze merken en Rotax wilde het Duitse merk alle motorblokken graag leveren. Bovendien mocht Kramer zelf zijn eigen ontwikkeling doen. Zo begon een succesvolle serieproductie met 125 cc- en 250 cc-blokken en daar kwam in 1978 nog een 370 cc-versie bij.
Vanaf 1979 begon Kramer ook enduromotoren te bouwen, al bleek het een langdurig en stroperig project om de machines voor het kenteken goedgekeurd te krijgen. De Italiaan Alessandro Gritti beloonde die inzet in 1981 met de Europese endurotitel in de 250-klasse en een overwinning in de ISDE-zesdaagse. Toch ging het Kramer ondanks alle sportieve successen niet voor de wind. Hij hield onvoldoende geld over met de verkoop van machines, omdat hij te veel techneut was en te weinig verkoper. Hij was altijd op zoek naar verbeteringen en stak daar enorm veel tijd en geld in. De nekslag was een levering van vijftig Kramers aan zijn Franse importeur, die vervolgens niet betaalde. Kramer kwam in geldnood en was er ook emotioneel helemaal klaar mee: hij sloot zijn motorfabriek.
Na een doorstart werden de motoren ook in Nederland geïmporteerd, eerst door Roel Elting uit Zutphen, later door Johny van den Crommenakker, die in 1979 een advertentie van Kramer-importeur Roel Elting van Duursma Aandrijving uit Zutphen zag. “Ik was toen met JCM Motors net gestart in de motorhandel en wilde graag een merk voor mezelf hebben”, vertelt Van den Crommenakker. “Die Kramer zag er in de advertentie zo compleet en netjes uit dat ik er kennis mee wilde maken en Duursma stelde een Kramer beschikbaar voor een test. De prestaties waren zo goed dat ik besloot om Kramers te gaan verkopen. Toen Elting later aangaf dat de Kramers niet goed meer met hun andere bedrijfsactiviteiten waren te combineren, nam ik de import over.”
Tegenwoordig is de Nederlander Barry Kramer (geen familie) actief met het restaureren van Kramers. Zijn vader croste op een BSA en was bevriend met Johny van den Crommenakker. “Mijn vader liep tegen een Kramer-crosser aan en vond dat leuk om te hebben vanwege dezelfde naam”, vertelt Barry. Met zijn bedrijf Barry’s Repair Shop houdt hij zich al 25 jaar bezig met de restauratie en revisie van klassieke motoren en tweetaktcrossers en heeft hij via Johny van den Crommenakker tegenwoordig de beschikking over een fikse voorraad Kramer-onderdelen. Zo leeft de nagedachtenis aan Fritz Kramer en zijn creaties dus ook in Nederland voort.
In Noppennieuws 6 die nu in de winkel ligt lees je het uitgebreide verhaal over Kramer.
















































