IAN OLTHOF NAAR DE DAKAR

Na een jaar zonder Nederlandse Dakar-deelname staat er begin januari weer een landgenoot aan de start in Saoedi-Arabië: de 34-jarige Hellendoorner Ian Olthof. Hij gaat rijden met een Honda 450 Rally in het HT Rally Raid-team.
Olthof heeft de nodige terreinervaring. “In mijn jeugd heb ik veel gecrost en kon ik niet wachten tot ik achttien was en mijn rijbewijs had om enduro’s te mogen rijden”, vertelt hij. “Ik ben toen als achttienjarige in 2009 zelfs meteen gestart in de Zesdaagse van Portugal. Dat was pas mijn vierde wedstrijd, maar ik reed hem wel uit. Ook de Duitse Zesdaagse heb ik een paar jaar later meegereden. Tot 2014 ging ik van start bij de Inters in het ONK, maar door een zware heupblessure ben ik toen gestopt, ook om thuis het garagebedrijf van vader Jan over te nemen. (Daar zette hij met succes zijn schouders onder: ‘Bie Olthof’ werd in 2024 uitgeroepen tot Bovag Garagebedrijf van het Jaar; red.). Een paar jaar geleden begon het toch weer te kriebelen en ben ik voor de hobby weer wat enduro’s gaan rijden.”
Nu is voor de hobby meerijden in een enduro natuurlijk iets anders dan starten in de Dakar. Hoe kwam je daartoe? “Ik was van kinds af aan al weg van de Dakar-rally. In mijn jonge jaren werd ik ’s avonds om half elf uit bed gehaald om de RTL-uitzending te kunnen zien. Ik droomde ervan om zelf ooit rally’s te rijden. Daarom heb ik de afgelopen jaren al regelmatig roadbook-ritten bij Gerjan Leppink gereden en ook ritten van Ad Ketelaars, juist om dat navigeren en roadbook-rijden onder de knie te krijgen. Precies een jaar geleden ben ik met mijn vader eens gaan praten bij Bart van der Velden en Henk Hellegers, de twee Nederlanders die beiden een professioneel Dakar-team runnen. Zij weten wat ervoor nodig is, zowel financieel als qua training en kwalificatie. Ons idee was om misschien in 2027 mee te doen, een tweejarenplan zeg maar, maar in die gesprekken kwam naar voren dat ik er beter meteen voor kon gaan en al in 2026 moest starten. Dus één jaar knallen en focussen op die Dakar-deelname, in plaats van je aandacht over twee jaar verdelen. Ook voor ons garagebedrijf was zo’n korte, maar krachtige benadering beter, dus we hebben die knoop snel doorgehakt. Uiteindelijk zijn we met Hellegers in zee gegaan: die komt hier uit de buurt, zodat we dezelfde taal spreken. Ook zijn overstap op de Honda’s sprak me aan. Ik ben nooit zo’n fan van die oranje dingen geweest en heb alle vertrouwen in de HRC-machines. Ook het plaatje eromheen klopte en de lijnen met Henk zijn heel kort. Ik bel hem elke dag wel met een vraag…”
Nu kun je wel zeggen dat je wilt starten in de Dakar, maar zo eenvoudig ligt dat natuurlijk niet. Elke debutant moet zich eerst kwalificeren. “Dat klopt”, zegt Olthof. „Het begint natuurlijk met je portfolio: wat heb je in het verleden al gereden? Dan tellen die ISDE’s natuurlijk flink mee. Aan de hand daarvan bepaalt de ASO welke rally’s je in de aanloop van de Dakar moet rijden om een startplaats te bemachtigen. In mijn geval was dat de Tuareg-rally in Marokko en de WK-rally in Zuid-Afrika. Wel bijkomstigheden die een Dakar-deelname duur maken trouwens. In die kwalificatie-rally’s hoef je eigenlijk alleen maar te finishen, maar ik begon in maart veel te enthousiast in de Tuareg en duikelde al vroeg in de rally voorover van een zandduin. Met een paar gebroken ribben was het over en sluiten. De WK-rally in Zuid-Afrika ging gelukkig wel goed, maar de ASO bleef twijfels hebben over mijn rijden in de duinen en eiste dat ik ook de Rallye du Maroc nog reed als kwalificatie. Hoewel ik qua sponsoring en publiciteit alles dus al in gang had gezet, had ik eigenlijk nog helemaal geen startplaats. Dat kwalificeren moest in oktober in Marokko nog wel even gebeuren. Het was bovendien een extra aanslag op de begroting, maar achteraf was het heel goed om daar mee te doen. Ten eerste reed daar bijna iedereen die naar de Dakar gaat, ook de snelle fabrieksjongens. En dat duinen-rijden moet je echt trainen, want dat is lastiger dan het lijkt vanwege het zicht en de zon. Bij een bepaalde zonstand kun je de sporen en dieptes bijna niet zien. Het was goed dat in deze rally te trainen. Bovendien was het mijn eerste kennismaking met de Honda, dus dat was ook erg nuttig. De eerste dagen was ik gespannen om maar geen fouten te maken, maar later kwam ik wat tot rust en ging het stukken beter. Met mijn finish was de Dakar-start binnen. Na de Rallye du Maroc had ik ook echt het gevoel dat ik er klaar voor ben. Ik heb er in de voorbereiding alles aan gedaan, ben fysiek topfit, heb veel gereden – ik heb voor mezelf zelfs een paar marathonetappes in Nederland gereden met ’s nachts een paar uur slapen in een tentje – en ben ook nog een paar keer bij Wim Motors in Portugal geweest om het navigeren te oefenen. Ook qua rijden merk ik dat de flow weer helemaal terug is, dus ik ben er klaar voor!”























