MANNEN VAN STAAL: ROLF SELLING

Als je vader in 1957, 1961 en 1962 de Hans de Beaufort-beker krijgt uitgereikt en zelfs wordt uitgeroepen tot Motorsporter van de Eeuw, dan kan het natuurlijk niet anders dan dat het motorsportvirus wordt doorgegeven. Toch vond die vader – Frits Selling – motorsport helemaal niet geschikt voor kinderen, dus afgezien van wat kabouter-trials duurde het nog tot het begin van de jaren tachtig voor Rolf Selling, inmiddels zestien jaar, echt de crossbaan op mocht. Via de bevriende familie Schram ging Rolf toen al vaak mee als helper van Simon junior en zo begon hij zelf ook met enduro-rijden. Hij reed zeven Zesdaagses keurig uit. In Noppennieuws 6 die nu in de winkel ligt, is Rolf het onderwerp in onze populaire rubriek Mannen van Staal.
We spraken met Rolf Selling op een regenachtige najaarsdag in zijn motorzaak Selling Motorbikes, onder de rook van de Amsterdamse Johan Cruijff ArenA. Een motorzaak met bijna tachtig jaar geschiedenis, want die werd al in 1946 opgericht door Rolfs opa Henk.
“Er zit inderdaad behoorlijk wat motorgeschiedenis hier in Amsterdam”, vertelt Rolf. „In de jaren vijftig en zestig gebeurde er erg veel op motorgebied in Amsterdam. Er zaten veel motorbedrijven, importeurs en ook opmerkelijk veel goede rijders. Mijn vader Frits en mijn oom Rob natuurlijk, maar ook mannen als Simon Schram senior, Jan van den Hoek, Ab de Groot en Rudi Boom waren echte toppers. Hoe belangrijk de motorsport was, bleek ook wel uit het feit dat mijn vader Frits niet eens bij mijn geboorte was: die reed op 22 september 1967 namelijk mee in de Zesdaagse in Polen! Mijn moeder moest dus zelf met een taxi bij het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis zien te komen, waar ik werd geboren. In een vitrine op mijn kantoor staat nog een prachtig bord van die Poolse Zesdaagse als bijzonder aandenken!”
Rolf’s vader Frits was de eerste Nederlandse fabrieksrijder: hij reed in de beginjaren ’60 voor het destijds toonaangevende Engelse Greeves. Rolf: “Ik was een soort nakomertje en werd geboren nadat ons gezin terug was gekomen uit Engeland, na het avontuur van Frits bij Greeves. Mijn beide zussen zijn negen en elf jaar ouder en zijn dus net voor die periode geboren. In mijn jonge jaren liep de motorsportcarrière van vader Frits al op zijn einde. Hij stopte in 1974 toen ik zeven jaar oud was, maar ging daarna aan de slag als KNMV-official en zo mocht ik in mijn jeugd toch heel vaak mee naar wedstrijden. Dat ik zelf ging rijden, zag hij echter helemaal niet zitten. Hij vond dat je lichaam eerst volgroeid moest zijn; die hele jeugdcross vond hij maar niks.”
Pas op z’n zestiende mag Rolf gaan crossen, en via de bevriende familie Schram beland hij als achttienjarige met een kersvers rijbewijs op zak in de enduro’s en in 1987, precies twintig jaar nadat zijn vader Frits er een Zesdaagse reed op het moment dat hij werd geboren, was er weer een Zesdaagse in Polen, nu in Jelenia Gora en dat zou meteen de eerste grote wedstrijd van Rolf worden. Uiteindelijk zou Rolf zeven ISDE’s rijden. Na Polen volgden Mende in Frankrijk, Walldürn in Duitsland, Västeras in Zweden, Povazska Bystrica in Tsjecho-Slowakije, Cessnock in Australië en de tweede Nederlandse Zesdaagse in Assen. “Door mijn jonge leeftijd mocht ik vier keer mee in het Junior Trophy Team voor rijders tot 23 jaar”, vertelt Rolf. “Vervolgens was ik in Tsjecho-Slowakije Trophy-rijder, maar daarna kwam de tweede ISDE in Assen in het vizier en werden er snelle mannen gerekruteerd om op de Venko-Honda’s in het Trophy-team te starten. Daar kon ik qua snelheid niet tegenop. Wel heb ik alle ISDE’s waarin ik ben gestart uitgereden: vijf keer met een zilveren medaille, wat wil zeggen dat je tussen de tien en vijfentwintig procent van de tijd van de klassewinnaar zit. In Walldürn haalde ik een mooie gouden medaille – ik bleef daar binnen tien procent van de winnaar – en in de veldslag in Assen in 1993 haalde ik brons. Assen was de zwaarste wedstrijd voor de motor, een ware slijtageslag in de modder. Als ze daar de regels echt hadden gehanteerd, had de helft van de deelnemers na de eerste dag naar huis gekund, want het regende strafminuten. Na de ISDE in Assen vond ik het na zeven jaar mooi geweest met die enduro’s. Ik was toen na de LTS en MTS uiteindelijk ook afgestudeerd aan de HTS als ICT’er en kon aan het werk in de IT-business. Bovendien was mijn zoon Alex geboren en ik vond dat ik het mijn jonge gezin ook niet kon aandoen om werkelijk alle vrije tijd én veel geld in mijn enduro-hobby te steken.”
Uiteindelijk was Rolf Selling tot 2013 werkzaam in de IT als consultant voor grote bedrijven en daar leerde hij ook zijn huidige partner Annelies kennen. “En voor je het weet ben je dan 46 jaar en loop je rond met het gevoel dat je nog wat anders wilt met de laatste twintig jaar van je werkzame leven”, zegt Rolf. “Ik had ondertussen ook nog een MBA-studie aan de Erasmus-universiteit in Rotterdam afgerond, maar niet het gevoel dat ik nog veel verder kon komen bij het bedrijf waar ik werkte. Precies op dat moment hoorde ik via-via dat de nieuwe eigenaar van MotoPort Amsterdam – zoals de motorzaak van de familie Selling, die nog lang door mijn oom Rob en later mijn neef Maurice Selling was gerund, inmiddels heette – er wel weer vanaf wilde. Dat had nooit op mijn netvlies gestaan, maar in één keer viel het kwartje: als kind heb ik dertien jaar boven de motorzaak gewoond en motoren waren nog steeds mijn passie, dus op oudejaarsdag 2013 heb ik er maar eens een belletje aan gewaagd. En in maart 2014 was ik eigenaar van die motorzaak, ons eigen oude bedrijf. Mijn ouders leefden toen nog en die kregen de tranen in hun ogen, zo’n geweldig nieuws vonden ze het. De motorzaak kwam weer terug in de familie en hun eigen zoon ging het runnen! Pa Frits is uiteindelijk in 2016 op 84-jarige leeftijd overleden, maar hij kwam tot op het laatst nog vrijwel elke dag even op zijn scootmobiel naar de zaak! In het jaar dat Frits overleed, reed mijn zoon Alex trouwens zijn eerste Zesdaagse. Die kreeg de smaak ook te pakken en heeft als echte liefhebber inmiddels negen ISDE’s gereden. Alex heeft sinds deze zomer samen met zijn compagnon Jonathan van Stiphout ook onze motorzaak Selling Motorbikes overgenomen. We hebben de zaak nu opgesplitst: zij doen alles wat met de motorfietsen te maken heeft, zoals het Honda-dealerschap, verkoop, onderhoud en verhuur, en ik run de motorkledingshop op de bovenverdieping als zelfstandige onderneming.”
Lees het uitgebreide verhaal over Rolf Selling in Noppennieuws 6, die nu in de winkel ligt.









































