MANNEN VAN STAAL: JACOB BARTH:

In de jaren tachtig gold Jacob Barth als een groot motocrosstalent in de destijds zeer populaire 125 cc-klasse. Nederlanders presteerden in deze categorie goed op het hoogste niveau en ook voor Barth leek er een gouden toekomst weggelegd. Hij werd al op jeugdige leeftijd opgenomen in het Venko-Honda-team en op nationaal niveau streed hij met de WK-favorieten om de podiumplaatsen, maar een internationale doorbraak bleef uit. Hij miste de Nederlandse 125-titel op een haar na, maar als troostprijs was er later nog wel een titel in de viertaktklasse. Toch kijkt Jacob Barth terug op een mooie crosstijd, zo blijkt in de rubriek Mannen van Staal in Noppennieuws 2, waarin Jacob de hoofdrol vervuld.
Jacob Barth, geboren en getogen in Doetinchem, kreeg op vijfjarige leeftijd een motortje van zijn oom Jan. “Mijn ouders hadden niets met motocross en hadden dan ook weinig zin om met mij naar circuit de Heksenplas in Hummelo te gaan”, vertelt Jacob. “‘Als jij het zo leuk vindt, dan ga je zelf ook maar mee’, zei mijn vader tegen oom Jan. En zo geschiedde: oom Jan bracht me in het begin naar de crossbaan. Het duurde echter niet lang of mijn vader begon het ook wel leuk te vinden, maar mijn moeder vond het maar niets: te gevaarlijk, maar ik denk dat de meeste moeders zo denken. Het duurde niet lang of de Italjet werd verruild voor een uit Amerika geïmporteerde gele 50 cc-Yamaha. Ik was een jaar of zes toen ik al mijn eerste wedstrijdjes bij de KNMV reed. Met een 50 cc-Aspes werd ik in 1978 regiokampioen 50 cc, een jaar later reed ik op een 80 cc-Yamaha en daarmee begon het echte werk, met tegenstanders als Rene de Roode, Charrel Sweebe, Pedro Trager en Robert Verheij. Dat was een leuke tijd en het resulteerde in 1983 in mijn eerste Nederlandse titel in de 80 cc.”
Het echte werk, op een grotere 125 cc-machine, begon voor de vijftienjarige Barth in 1985. “Met sponsoring van Piet van Dijk uit Enschede ging ik op een Honda rijden bij de 125 cc jeugd”, vertelt Jacob. “Dat ging van meet af aan goed. Achter – als ik me niet vergis – Edwin Evertsen werd ik tweede bij de 125 cc jeugd. Een jaar later maakte ik de overstap naar de nationalen. De eerste wedstrijd in Holten herinner ik me nog goed: ik geloof dat er zo’n tachtig deelnemers waren. Dat waren twee series en later een finale. Die finale won ik, dus dat was een mooie binnenkomer.
Tijdens een conditietraining bij Jan de Troye kwam Gerrit Wolsink de zaal binnenlopen. Hij bleek door Jan de Groot en Henk Koster van Venko-Honda te zijn benaderd om te polsen of ik interesse had om voor het Venko-Honda-team te komen rijden. Ik was natuurlijk zeer vereerd en ik mocht op ‘audiëntie’ komen bij Henk Koster in Hoogeveen. We werden het snel eens en vanaf dat moment zou ik in een Venko-Honda-shirt gaan rijden. Ik behoorde nog niet officieel tot het Venko-Honda-team, maar mocht dat jaar puur als leerjaar beschouwen. Mijn vader Frits, die ook mijn monteur en allergrootste supporter was, kon het van meet af aan heel goed vinden met Jan de Groot, echt twee handen op een buik, mooi om te zien. In 1987 kwam ik samen met onder anderen Pedro Tragter, Henk van Mierlo en Gertjan van Doorn in het officiële Venko-Honda-team terecht.”
Lees hoe het Jacob Barth verder verging in zijn motocross-carrière in Noppennieuws 2, die nu in de winkel ligt.









































