Grootste offroad-magazine van de Benelux Grootste offroad-magazine van de Benelux
Blijf up-to-date op motorsport gebied Blijf altijd up-to-date op gebied van motorsport
Gratis thuisbezorgd in NL Gratis thuisbezorgd in Nederland en België

Mannen van staal: Werner Dewit

Bij Werner Dewit uit het Belgische Neerpelt staat bijna zijn hele leven al in het teken van de motocross. Hij werd al heel vroeg gegrepen door het crossvirus en groeide van hobbycrosser uit tot fabrieksrijder bij het Suzuki-team van Sylvain Geboers. Een enkelblessure leek een abrupt einde aan zijn crosscarrière te maken, maar later pakte hij de draad toch weer op bij veteranenwedstrijden. In 2017 werd Werner echter getroffen door een beroerte. Crossen zit er voor hem niet meer in, maar de interesse voor de sport is er nog steeds, zo blijkt als we Werner thuis opzoeken om terug te blikken op zijn bijzondere crosscarrière. In Noppennieuws 3 die nu in de winkel ligt lees je er alles over.

De nu 53-jarige Werner Dewit stond – en staat – bekend als een van de vrolijkste personen in het rennerskwartier. Zijn vader was mijnwerker en thuis hadden ze het niet breed, maar dat nam niet weg dat Werner al op jonge leeftijd op een klein motortje werd gezet. “Mijn vader zat in het bestuur van een crossclubje rond een neef die bij een liefhebbersbond reed”, vertelt Werner. “Vanwege die neef ben ik zo ongeveer vanaf mijn geboorte op de cross geweest. Omdat ik enig kind was, werd ik thuis enorm verwend, vooral door mijn moeder, dus toen ik als driejarige aangaf dat ik ook graag een crossmotor wilde, kreeg ik die ook. Niet van mijn ouders trouwens, maar van Sinterklaas! Rond het ouderlijk huis lag een stuk grond waar ik heel veel met dat motortje – ik dacht een Italjet – heb gereden. Op den duur kwamen er ook wat vriendjes uit de buurt bij met motortjes; het groepje werd steeds groter. Jeugdcross was toen in België nog verboden, want bij ons moest je vijftien jaar zijn om wedstrijden te mogen crossen. Maar in Maastricht konden we wel wedstrijdjes rijden en toen was het hek van de dam: elke veertien dagen reden we daar mee.
Pas toen Werner vijftien jaar werd, kon hij voor het eerst echte wedstrijden gaan rijden op een Honda 125 bij de BMB-juniors. “Mijn vader was als mijnwerker al vroeg met pensioen, dus het was thuis geen vetpot. Maar dat jaar hadden we in België de Johnson Cup en als je daar kampioen werd, kreeg je een nieuwe Honda-crosser! Zewlf hadden we geen geld voor een nieuwe crosser, dus het was een extra motivatie, en ik werd inderdaad kampioen en won die nieuwe Honda.
Zonder budget stortten Werner en zijn vriend en monteur Frank Schrooyen zich in het GP-circus: “Bij de keuring vroegen ze waar mijn tweede motor was. Hahaha, ik was al blij dat ik er eentje kon betalen!”
Na enkele jaren de eindjes aan elkaar knopen vond Werner in met hulp van sponsor Dibo-hogedrukreinigers onderdak bij het Suzuki-team van Sylvain Geboers. “Ik kreeg daar de oude motor van Mike Healey ter beschikking, maar Sylvain was heel duidelijk: als ik niet genoeg zou trainen, zou ik er weer uit vliegen. Behalve rijder was ik samen met mijn monteur Frank ook meteen manusje van alles binnen het team: de truck rijden, de tent opbouwen, de trainingsmotoren onderhouden, noem maar op. Het was aanpoten, maar ik was heel content. Ik reed dus in 1993 op de Suzuki in de GP’s en zat onder meer met tweede plaatsen in Valkenswaard en Lommel dik in de punten. Een GP-zege zat er helaas niet in. Greg Albertyn was dat jaar oppermachtig en in de WK-eindstand werd ik zevende voor onder meer Vohland, Puzar, Evertsen, Moore en nog een hele rits bekende namen.”
In 1994 verbeterde Werner zich nog een plek in de WK-eindstand en werd hij zesde door onder meer klinkende uitslagen in Valkenswaard, Lommel, Heinola en Maracay. “Een mooi eindresultaat, hoewel ik in Zweden een slepende knieblessure opliep”, zegt Werner. “Teamgenoot Greg Albertyn werd wereldkampioen, Marnicq Bervoets vierde en ik zesde. Ik had er ook geen moeite mee om binnen het team als tweede of derde rijder te fungeren. Sylvain Geboers, die ik voor mijn hele carrière heel veel dank verschuldigd ben, was altijd duidelijk als het om teamorders ging. Reed Bervoets of Albertyn achter me, dan moest ik ruimte maken als ze sneller waren. Bij de start zat ik namelijk vaak voor ze, want dat was wel een beetje mijn specialiteit. Ongeveer de helft van de wedstrijd – wij reden toen nog bijna drie kwartier – kon ik het hoge tempo volhouden, dan raakte de pijp echter leeg. Ik was een sprinter en kon in korte tijd alles geven, terwijl mannen als Bervoets en Everts meer marathontypes zijn. Die konden het tempo tot het einde toe volhouden.
Tot en met 1998 maakte Werner deel uit van het Suzuki-fabrieksteam, daarna kwam ik bij het Champ-KTM-team van Kees van der Ven terecht. Daar deed ik veel testwerk. Het Champ-team met Kees aan het roer was een heel fijn team!”
Eind 2000 besloot Werner, toen pas 28 jaar oud, om te stoppen met de cross, al ging hij later weer VLM rijden. Maar in 2017 stond voor Werner Dewit de wereld echter op zijn kop door een beroerte: “Ik kon niet meer praten, mijn gezicht hing scheef en ik was rechts deels verlamd. Wat volgde was een revalidatie van bijna een jaar. Gelukkig is de spraak weer helemaal terug en de verlamming is voor het grootste deel verdwenen, maar ik heb weinig kracht rechts. Na die herstelperiode volgde corona en ook dat was een moeilijke periode voor me. Als vrijgezel zat ik heel veel alleen thuis, zonder cross en zonder werk. Maar ik ben wel iemand voor wie het glas altijd halfvol is: ik ga ervan uit dat het in de toekomst weer beter zal gaan. Deze week de loterij niet gewonnen? Dan misschien volgende week! Ik ben niet rijk geworden van de cross, maar had het allemaal voor geen goud willen missen.”
Het uitgebreide verhaal van Werner de Wit lees je in Noppennieuws 3 die op dit moment in de winkels ligt.

Gepubliceerd op
Word abonneevoor maar €39,50 per jaar